Vier visuele aspecten

Helderheid

De wijn mag niet troebel zijn.

Als er wat residu in ronddrijft moeten dat duidelijk onderscheiden deeltjes zijn, een geheel troebele wijn is niet in orde.

Stukjes kurk in het glas betekenen niet dat de wijn 'kurk' heeft (verschraald is, muf [aardappelkelder] of anderszins vies smaakt) en zijn niet van invloed op de smaak: verwijderen en gewoon doordrinken is het devies.

Tint

Het vaststellen van de exacte tinten is vooral nuttig bij blindproeven.

Voor dagelijks gebruik volstaat het om te weten dat witte wijnen in kleur variëren van waterig bleek (soms met een zweem groen), tot oker/goudachtig.

Rode wijnen zijn er van paarsachtig tot bruinachtig rood.

WITTE WIJNEN Van waterig tot bruinachtig
Bijna kleurloos Soave, Muscadet, jonge Duitse wijnen. Moezelwijnen hebben een groenige tint, net als Chablis. Verder de Elzasser wijnen.
Strokleur Standaard voor de meeste witte wijnen: klassieke jonge bourgognes, witte Bordeaux, Frascati, Ovieto.
Goudgeel een donkerdere kleur heeft een oudere Bourgogne of een uitgelezen zoete Duitse wijn of witte Bordeaux. Verder: Spaanse, Portugese en sommige Italiaanse en Oostenrijkse witte wijnen.
Goudkleurig Een goed teken voor een oude klassieker. Kan ook een teken van oxidatie zijn, die wat verschraalde sherrykleur die resulteert bij te lange blootstelling aan lucht bij jongere wijnen. Even ruiken en je weet hoe het zit.
Diep goud Sommige Sauternes zijn nog niet op hun top, al hebben ze inmiddels een oranjeachtige tint gekregen.
Bruin tenzij het een sherry, port, madeira of een werkelijk uitzonderlijke Sauterne betreft, is deze wijn rijp voor de gootsteen
RODE WIJNEN Hierbij zijn de tinten legio en de verschillen zo subtiel dat er nogal wat discussie over kan ontstaan.
Paarsachtig De meeste rode wijnen zijn paarsachtig als ze nog jong zijn. De diepte van de kleur kan een indicatie geven wat betreft kwaliteit en mogelijkheden. Karakteristiek voor een jonge Beaujolais.
Paarsblauw Heel donkergetint zou dit een Piedmont wijn van de Nebbiolo druif, of een noordelijke Rhônewijn van de Syrah kunnen zijn.
Bordeauxrood Wijn op weg naar volwassenheid.
Rood De meeste wijnen zijn drinkbaar als hun tint aan deze ruime omschrijving beantwoordt.
Roodbruin Een oudere wijn, als het nog steeds een heldere kleur is, zou het in orde moeten zijn, anders kan het wijzen op oxidatie.
Bruin Dit zou een hele goede oude wijn kunnen zijn, een port of een madeira, of azijn.
ROSÉ WIJNEN De tinten hiervan variëren met de gebruikte druivensoort, met de manier waarop de wijn gemaakt is en met de ouderdom.
Lichtpaars: Zou een AnjoJe rosé kunnen zijn, of een Duitse als de kleur nog wat lichter is. Als het bijna wit is met een lichte paarszweem zou het een Californische 'blanc de noirs' kunnen zijn: witte wijn van rode druiven. Als de kleur intenser is zou dat kunnen duiden op een Spaanse 'clarette'. Een blauwe zweem duidt op slecht behandelde wijn.
Oranje Normaal voor rosés uit de Provence.

Diepte van de kleur

Ook weer een goede indicatie voor leeftijd en afstamming. Rode wijnen worden over het algemeen wat minder diep van kleur met het klimmen der jaren, witte wijnen worden juist dieper van kleuring.
De beste manier om de diepte van de kleur te beoordelen is om het glas van bovenaf te bekijken als het op een witte ondergrond is geplaatst.

In een mooie rode wijn uit een goed jaar waarin de druiven ten volle hebben kunnen rijpen, zal de kleur heel intens zijn en decennia lang nauwelijks minder worden.

Hoge kleurintensiteit kan ook duiden op het gebruik van bepaalde druivensoorten, zoals Nebbiolo, Syrah of Cabernet Sauvignon in een goed jaar.

Een bleke rode wijn kan duiden op een nat jaar, waarin onder invloed van de regen het kleuringsproces matig was, of het kan duiden op een oorsprong ver van de evenaar: Duitse wijnen en wijnen uit de Champagnestreek zijn vaak wat minder intensief van kleur.

Ook kan het erop duiden dat de wijnmaker wat te veel wijn uit zijn druiven heeft willen persen.

Viscositeit

Even om een beeld te geven: water heeft een geringe viscositeit, siroop een hoge. Als een wijn met hoge viscositeit in het glas wordt rondgewenteld laat hij beduidend meer en dikkere 'tranen' langs de rand trekken dan wijn met minder viscositeit. Wat het precies betekent is niet bekend, wel heeft het te maken met de 'body' van de wijn.