Zien
Uiterlijke verschijning
De uiterlijke verschijning van de wijn speelt - naast geur en smaak - een prominente rol bij het beoordelen van een wijn. Het is tenslotte de eerste kennismaking met de fles in kwestie.
Voor dagelijks gebruik is het voldoende om te constateren dat de wijn helder is, en dat er geen luchtbelletjes in voorkomen – als dat niet de bedoeling is tenminste.
Wijnmakers zorgen ervoor dat hun wijnen die bedoeld zijn om binnen een jaar na aankoop te worden gedronken kristalhelder zijn, en zonder depot.

Hoewel een beetje depot volkomen natuurlijk is en over het algemeen volstrekt onschuldig, sparen wijnmakers kosten noch moeite om dit natuurlijke residu uit de fles te houden, omdat het door veel consumenten als zorgwekkend wordt ervaren.
Soms vermeldt het label dat eventueel in de fles aanwezige kristallen onschuldig zijn. Meestal is dat bij wijnmakers voor wie het onmogelijk of te kostbaar is om die eruit te filteren. Een beetje residu onderin de fles is niets om je zorgen te maken.
Overigens zijn er ook consumenten die een beetje residu juist wel waarderen, omdat het een teken is dat de wijn op een natuurlijke manier behandeld is.
De vier belangrijkste visuele aspecten bij het beoordelen van wijn:
Helderheid

Op het eerste gezicht. Ziet het er goed uit?
Tint

De kleurvariaties zijn groot en vaak veelzeggend.
Diepte kleur

Een goede indicatie voor leeftijd en afstamming
Viscositeit

Wat betekent het voor de kwaliteit van de wijn?
Geur
De neus van de wijn
De meest onthullende fase van het wijnkeuren, waar het de nuances betreft. De beste manier om een wijn te ruiken is om een glas waarvan de randen licht naar binnen buigen voor minder dan de helft te vullen, zodat hij in het glas rondgedraaid kan worden. Door het intensieve contact met de lucht komen de vluchtige esters en aldehydes vrij en verzamelen zich in de bovenste helft van het glas, waar ze bedachtzaam opgesnoven kunnen worden.

Houd het glas bij de steel vast (om de temperatuur van de wijn niet te beïnvloeden), draai het rond en snuif een neusvol van het bouquet op.
Let er op dat het ook hier niet om de kwantiteit gaat. Een geconcentreerde korte inhalering voldoet beter dan proberen de volledige longcapaciteit ermee te vullen.
De eerste indruk is de belangrijkste. Let daarbij vooral op frisheid. Een heel belangrijke kwaliteit.
Geen wijnmaker kan trots op zijn product zijn als dat niet fris en schoon ruikt, terwijl het daaraan tegenwoordig bij veel goedkope wijnen toch duidelijk ontbreekt.
Een neusvol van de geur van een wijn is voldoende om aangetrokken of afgestoten te worden door een wijn. Als die eerste indruk tegenstaat, dan is er duidelijk iets mis.
Iets mis
Bespeur je een geur van nat hout of een metaalachtige lucht, dan was er iets mis met het vat.
Echt zeldzaam is het als een wijn 'kurk' heeft (veroorzaakt door de aanwezigheid van kurktor of ander ongedierte in de kelder). Het geeft een onmiskenbare, bedompte geur.
Onaangename chemische geurtjes duiden op verkeerde behandeling.
Een lichte geur van zwaveldioxide (een veelgebruikt ontsmettingsmiddel) verdwijnt door de wijn aan lucht bloot te stellen, waardoor dit gas verdampt.
De belangrijkste geurkarakteristieken bij het beoordelen van wijn:
Intensiteit

"Als het bouquet zich meedeelt op het moment dat men de ruimte betreedt waarin de fles werd geopend, is het intensief."
Karakter

Lastig beschrijven, geur. Meestal draait het uit op een vergelijking en associaties. Kun je overbrengen wat de geur van de wijn oproept?
Proeven
De smaakpapillen aan het werk
Dit stadium volgt organisch op de eerdere twee: de speekselklieren zijn al begonnen te werken nadat de wijn met ogen en neus beproefd is - ook al voltrekken die stadia zich een stuk sneller dan ze zich laten beschrijven. De eerste slok moet niet te bescheiden zijn. Alle smaakpapillen
in heel de mond moeten er overvloedig mee in contact komen.
Deze mondvol moet geconcentreerd geproefd worden, want het zijn vaak de eerste indrukken die bepalend zijn.

De smaakpapillen op de verschillende delen van de tong gaan aan het werk en stellen vast hoe zoet en hoe zuur de wijn is, met de binnenkant van de mond nemen we de tannine waar en voor in de keel proeven we een eventueel hoog zwaveldioxide gehalte – maar dat hebben we dan eerder ook al geroken.
Via de lucht in de mond bereiken de esters en aldehydes de neusholte, zodat de hersenen een compleet pakket aan smaak- en geursensaties te verwerken krijgen, waarna een oordeel kan
worden geveld.
Sommige proevers zuigen wat extra lucht aan om de esters en aldehydes wat makkelijker te laten verdampen. Tijdens een proeverij gaat dat vaak gepaard met eigenaardige geluiden en zoziet het er ook uit. Daarom is het niet iets dat wordt aanbevolen tijdens een gezellig diner.
Dat geldt overigens ook voor de volgende stap die de professionele proever zet: het uitspugen.
Maar die proevers hebben tijdens zo'n sessie dan ook heel wat soorten te verwerken en laten hun oordeel liever niet beïnvloeden door een stijgend alcoholpromillage in het bloed. Vaak proeven ze met de bedoeling partijen te kopen en dan is een helder hoofd wel zo handig.
De zes belangrijkste elementen bij het proeven van wijn:

Zoetheid
De smaak die het makkelijkst wordt opgepikt.

Zuurgraad
Wordt geproefd op de achterste randen van de tong.

Body
Makkelijker ervaren dan beschreven; de 'zwaarte' in je mond.

Tannine
Wat de mond samentrekt door de wat bittere smaak.

Aroma
Hangt nauw samen met het karakter van de geur.

Nasmaak
De duur ervan is een goede indicatie voor kwaliteit.
Beoordelen
Zintuiglijke waarnemingen zijn altijd moeilijk te beschrijven, maar met wijn verbazend gemakkelijk te ervaren.
Hoe hou je dat bij voor jezelf?
En wat zijn zoal de factoren die het proeven kunnen beïnvloeden?
