Decanteren
Het vreemde ritueel om wijn van de ene houder (de fles) in de andere (de decanteer of kan) over te schenken, wordt vaak gezien als een uiting van snobisme, hoewel het ook een camouflagetechniek kan zijn om de eenvoudige komaf van een wijn te verdoezelen.
Oorspronkelijk werd wijn gedecanteerd als de gastheer een oude wijn uit zijn kelder wilde serveren. Deze wijnen vormden nogal wat sediment in de fles en ze werden daarom zorgvuldig overgeschonken in een kan, waarbij de fles tegen het licht van een kaars werd gehouden om te kunnen zien wanneer het sediment bereikt was en men dus moest ophouden met schenken.
Tegenwoordig vormen eigenlijk alleen goede Bordeaux, oudere bourgognes en Vintage Portwijnen nog depot en is het decanteren wat dat betreft dus vrijwel altijd onnodig.
De reden dat het nog steeds gedaan wordt is dan ook meestal een andere: het laten ademen van de wijn.

Veruit de meeste wijnen worden pas gebotteld als er een bestelling voor is en ook bij slijter of supermarkt is het niet de bedoeling dat een wijn decennia lang blijft liggen.
Voor de gemiddelde wijn die binnen maanden of hooguit enkele jaren na het bottelen gedronken wordt zou een schroefdop of kroonkurk net zo goed voldoen.
Maar dan zouden we voorbijgaan aan de beleving van de consument.
Een wijnfles hoorde tot voor kort gekurkt te zijn; een schroefdop werd als goedkoop ervaren en dat deed afbreuk aan het gevoel van verwennerij dat met het drinken van wijn gepaard gaat.

Versneld rijpingsproces
Het rijpingsproces van de wijn wordt sterk beïnvloed door contact met lucht. In de loop der jaren dringen minieme hoeveelheden lucht door de kurk en gaan een reactie aan met de wijn die daardoor zachter en rijper wordt.
Door de wijn na het openen van de fles in een kan te gieten wordt hij blootgesteld aan lucht, waardoor het rijpingsproces in versnelde vorm wordt nagebootst.
De wijn enige tijd in de geopende fles laten staan om dit effect te bereiken is vrijwel zinloos, omdat het contact met de lucht zo minimaal is dat het nauwelijks effect heeft.

Decanteren is nuttig om jonge wijnen wat rijping mee te geven, maar bij wijnen die hun hoogtepunt al bereikt hebben kan het net het duwtje over de rand betekenen.
Als het een eerbiedwaardige oude wijn is die sediment heeft gevormd is het in zo'n geval beter de fles rechtop te houden en voorzichtig te schenken dan het risico te lopen dat hij omslaat.
Bij witte wijnen is decanteren zelden nodig. Als het toch gebeurt dient ook de gedecanteerde wijn op een koele plaats neergezet te worden.
Meestal kan men volstaan (net als bij de meeste rode wijnen die wat extra adem kunnen gebruiken) de fles wat hoger boven het glas te houden bij het uitschenken.
De vorm van een decanteer of schenkkan is niet van groot belang, waar het om gaat is dat hij schoon is en geen smaak meedeelt aan de inhoud. Vandaar dat glas de voorkeur heeft. De decanteer moet altijd schoon zijn en vrij van luchtjes. Het beste is om hem direct na gebruik om te spoelen en gevuld met water weg te
zetten.
Serveren/decanteren in essentie
De tabel hieronder geeft wat vuistregels voor het serveren van wijnen van verschillende soort en kwaliteit.
De wijn | Serveren |
---|---|
(De meeste) witte wijnen en rosés | Koel serveren, en niet te lang tevoren openen. Eventueel vanuit de hoogte uitschenken om wat meer contact met de lucht toe te staan. |
Witte wijnen met sediment | Decanteren en de decanteer een half uurtje voor het serveren in een ijsemmer zetten. |
Goedkopere rode wijnen met een relatief hoge zuurgraad | Een kwartiertje koelen, direct na het openen serveren. |
Goedkopere, rode wijnen met behoorlijke body | Openen en twee tot drie uur voor het serveren decanteren. |
Betere rode wijnen met veel body | Openen en vier uur voor het serveren decanteren. |
Betere kwaliteit rode wijnen met een gemiddelde body, leeftijd tot een Jaar of vijftien | Openen en circa twee uur voor het drinken decanteren. Jongere wijnen wat langer, oudere wat korter. |
Zeer oude rode wijnen | Direct na het openen voorzichtig uitschenken. |
